Terug naar Home
http://www.uitinsoest.nl
Eetcafe CentraalBowling OverheesRETO Internetburo
Advertentie hier?
Naar boven
MENU
Het weer in Soest
Onbewolkt 25.3° celcius
Windkracht 4 oost

De Lange en Korte Duinen

De Lange en Korte Duinen

Aardkundige waarden in de provincie Utrecht

In de ontstaansgeschiedenis van Nederland neemt de provincie Utrecht een bijzondere plaats in. De provincie herbergt namelijk een groot aantal ‘vormen van landschap’ die typerend zijn voor ons land. Zo zijn er verschillende regio’s in de provincie die ieder in een ander tijdperk en onder andere omstandigheden zijn gevormd. Behalve de wind hebben ook rivieren, zee, sneeuw en zelfs enorme landijsgletsjer hun sporen in de provincie nagelaten. Ondanks de vaak overheersende invloed van de mens in het dichtbevolkte Utrecht, is toch nog veel van de Utrechtse aardkundige geschiedenis in het landschap herkenbaar.

Om dit  aardkundig erfgoed onder de aandacht te brengen onderneemt de provincie Utrecht – naast de benoeming van Aardkundige Monumenten – verschillende initiatieven. Deze staan vermeld in het Beleidsplan Natuur en Landschap provincie Utrecht (1992) en de bijbehorende jaarlijks uitvoeringsprogramma’s. Zo is een diaserie over aardkundige waarden beschikbaar gesteld voor het middelbaar onderwijs. In 1997 is ook het boek ‘Aardkundige waarden in de provincie Utrecht ’verschenen, waarin haar rijke aardkundige historie wordt beschreven en uitgebeeld.

 De provincie is verheugd dat haar initiatieven, gestart in het Europees Natuurbeschermingsjaar 1995. Ook in andere provincies en bij het Rijk aanslaan zodat een breder draagvlak voor bescherming en behoud van aardkundige waarden ontstaat.

De Lange en de Korte Duinen in Soest

Het stuivende zand van ‘De Lange en de Korte Duinen’ in de gemeente Soest zorgt voor een bijzonder stukje natuur. Door de wind opgejaagd, vormt dit stuifzand een duinlandschap dat eigenlijk voortdurend in beweging is.  Duinen kennen we natuurlijk van de Noordzeekust. In het binnenland komt stuivend zand nauwelijks voor. Vroeger, in de vorige ijstijd, maar ook in voorgaande eeuwen, is dit heel anders geweest.

De geschiedenis van de bodem wordt niet alleen zichtbaar door wat wij mensen met de aarde hebben gedaan en wat we eraan hebben veranderd. Met onze menselijke ingrepen hebben we vaak de aarde en zijn rijke geschiedenis verstopt of aangetast. Onze huizen, dorpen en steden, onze akkers en weilanden, onze wegen en kanalen hebben de wereld niet alleen een ander aanzien gegeven, we hebben de aarde er ook minder zichtbaar door gemaakt. Sommige van onze ingrepen hebben de bodem en wat zich daarin verschuilt voorgoed veranderd.

Des te meer aandacht verdienen de landschappen waar de natuurhistorische  ontwikkeling van de aarde nog duidelijk is te zien. De provincie vraagt meer aandacht voor deze aardkundig waardevolle plaatsen door ze aan te wijzen als Aardkundig Monument. Zo’n  aanwijzing, in overleg met de grondeigenaren, bevordert de veiligstelling en de bekendheid ervan. De provincie Utrecht schenkt aan de eigenaren bij de benoeming een paneel. Dat maakt uitleg over de aardkundige waarden ter plaatste mogelijk.

In het kader van het Europees Natuurbeschermingsjaar 1995 is een start gemaakt met het benoemen van Aardkundig Monumenten in Nederland. De Grebbeberg was het eerste Aardkundig Monument. In de provincie Utrecht zijn ‘De Lange en Korte Duinen’ ook aardkundig belangrijk. Daarom heeft de provincie samen met de gemeente Soest ‘DE Lange en Korte Duinen’ tot tweede Aardkundig Monument benoemd. Andere voorbeelden van aardkundige waardevolle gebieden zijn oude rivier- of kreeklopen en droge dalen op de Utrechtse Heuvelrug.

Aardkundige Monumenten

Bij een Aardkundig Monument gaat het om een gebied of een landschap waarin de ontwikkeling van de aarde over honderden, duizenden of zelfs tienduizenden jaren met eigen ogen kunnen zien. Het gaat om bijvoorbeeld variaties in de samenstelling van de bodem (zoals verschillen in grondsoorten en bodemlagen), om water in rivieren of in de bodem, om opvallende hoogteverschillen die de aarde een reliëf geven. Met een verzamelnaam noemen we dit wel de ‘niet-levende natuur’, in tegenstelling tot de levende natuur van dieren en planten.

De ‘niet-levende natuur’

De ‘niet-levende natuur’ kan grote invloed uitoefenen op de levende natuur. In ‘De Lange en Korte Duinen’ is dat duidelijk te merken. Door het stuivende zand kunnen slechts enkele  plantensoorten hier groeien. Bovendien kunnen op het kale zand enorme temperatuurverschillen van wel 50 graden C binnen één etmaal voorkomen. Zandzegge, buntgras, maar ook verschillende soorten korstmossen zijn voorbeelden van planten die zich in dit milieu nog thuis voelen. Ondanks de externe omstandigheden waaronder deze planten groeien, zou ingrijpen van de mens het stuifzand toch helemaal dichtgroeien. De planten die het eerst wortel schieten in het stuifzand zorgen er namelijk voor, dat de omstandigheden van de groeiplaats wat milder worden. Hierdoor kunnen ook andere plantensoorten zich gaan vestigen, waardoor uiteindelijk het stuifzand helemaal dichtgroeit. En dat zou nu juist jammer zijn. Want een actief stuifzandgebied laat processen zien die een belangrijke rol hebben gespeeld in het ontstaan van de provincie Utrecht.

Stuivend zand

Het zand van ‘Lange en Korte Duinen’  is in de laatste ijstijd door de wind afgezet. Deze ijstijd liep zo’n 10.000 jaar geleden ten einde. Door de ijzige koude in die periode kwam het vaak voor dat er nauwelijks begroeiing was. Het landschap had soms het uiterlijk van een toendra en soms zelfs van een heuse poolwoestijn. De wind had onder deze omstandigheden vrij spel op de nagenoeg onbedekte bodem. Zand werd weggeblazen en op andere plaatsen weer neergelegd. Het stuivende zand kwam vaak weer tot stilstand onderaan de hellingen van de Utrechtse Heuvelrug en werd als een deken over het landschap neergelegd. Daarom wordt dit zand ook wel dekzand genoemd. Het is ook in de omgeving van Soest terug te vinden. Na de laatste ijstijd brak de periode aan, waarin wij nu leven. Dit tijdperk kenmerkt zich over het algemeen door een gematigd klimaat, waarin makkelijk een dichte begroeiing kon ontstaan. Deze dichte begroeiing zorgde ervoor dat het zand werd vastgehouden. Pas toen de mens sinds de Middeleeuwen   het natuurlijke landschap steeds meer ging veranderen, werd deze begroeiing aangetast.  Bossen maakten plaats voor akkers, weilanden en heidegebieden. Hierdoor kon het gebeuren dat, bijvoorbeeld door overbeweiding, de zandbodem weer grotendeels onbedekt kwam te liggen. En wat tijdens de laatste ijstijd gebeurde , gebeurde nu opnieuw; er ontstonden zandverstuivingen. Het stuivende zand rukte zover op dat zelfs dorpen werden bedreigd. Om het stuivende zand een halt toe te roepen, besloot de mens aan het einde van de vorige eeuw grootschalig bos aan te planten. Hierdoor werd bijna al het stuivende zand weer vastgelegd. Deze begroeide stuifzandgebieden zijn nu overal rond de Utrechtse Heuvelrug teruig te vinden. Op één plaats in de provincie Utrecht kon het zand tot op de dag van vandaag nog blijven stuiven; De Lange en Korte Duinen  nabij Soest. Dit stuivende zand heeft, in een dichtbevolkt gebied als Nederland, een speciale vorm van beheer nodig om overlast van dit zand en dichtgroeien van het stuifzandgebied te voorkomen.

Forten en uitblazingslaagten

Stuivend zand veroorzaakt allerlei vormen in het landschap. Deze vormen zijn ook in DE Lange en Korte Duinen goed herkenbaar. Omdat het zand bij voldoende windkracht nog steeds stuift, veranderen deze vormen voortdurend. In grote lijnen zien we door de wind uitgeblazen laagten en stuifheuvels, ook wel forten genoemd. Deze heuvels waren in de periode vóór de verstuiving vaak de laag gelegen delen in het terrein/ Deze laag gelegen gebiedjes waren veelal moerasachtig, waardoor zelfs veenlaagjes konden ontstaan. De oorspronkelijk hoger gelegen terreingedeelten waren kaler en droger. In deze gebieden kon de verstuiving snel om zich heen grijpen.   De natte, lager gelegen gebieden waren veel minder gevoelig voor verstuiving, waardoor de begroeiing zich kon handhaven. In deze begroeiing werd het stuivend zand vaak opgevangen. De laag gelegen gebiedjes werden hierdoor opgehoogd met stuifzand. Kortom: laag werd hoog en hoog werd laag. De bodem van de oorspronkelijke laag gelegen gebieden is vaak goed herkenbaar aan de randen van de stuifheuvels. Boven op deze bodem ligt het pakket opgestoven zand. 

Beheer gemeente Soest

De overheersende zuidwestenwind blaast het stuifzand naar het noordoosten. Dit stuivende zand zou, met name in de Lange Duinen, voor enige overlast voor de aangrenzende bebouwing kunnen zorgen.  Om deze overlast te voorkomen heeft de gemeente Soest in het noordoosten van de Lange Duinen een kunstmatige zandwal aangelegd, die het zand tijdig afremt. Daarnaast voorkomt regelmatig verwijderen van de vegetatie dat De Lange en Korte Duinen dichtgroeien. 

(Zie  ook de informatie panelen op de parkeerplaatsen aan de Schapendrift, de Sparrenlaan en de Foekenlaan).

(Bron: In het verleden uitgegeven folder door de provincie Utrecht en de gemeente Soest.)